Maria Zuñiga (van onze partner People's Health Movement - Latijns-Amerika), gaf tijdens de International Women's Health Meeting in Brussel een boeiende getuigenis over de ontwikkeling en de uitdagingen van basisgezondheidsprogramma's in Centraal-Amerika. Ze wees op het belang om diversiteit in netwerken te integreren en vrouwenrechten in een breder kader te plaatsen van sociale, politieke, economische en culturele determinanten.
De meeste community-based gezondheidsprogramma's in Centraal-Amerika komen voort uit het werk van pastoraal werkers, vaak vrouwen, die in de jaren '60 in arme gemeenschappen gingen werken. Ze lieten zich inspireren door de bevrijdingstheologie, waarbij armoede gezien werd als het resultaat van onderdrukking, sociale ongelijkheid en economische onrechtvaardigheid. Deze vrouwen ontwikkelden basisgezondheidsprogramma's in een periode van dictatuur en repressieve regimes. In deze landen was publieke gezondheidszorg vrijwel onbestaande, behalve dan programma's rond gezinsplanning en voedselprogramma's, grotendeels geleid door de Verenigde Staten.
De gezondheidsprogramma's in lokale gemeenschappen van voornamelijk inheemse boeren werden opgestart in de jaren '60 en verspreidden zich in de jaren '70 over de hele regio. In 1975 werd het Regionaal Comité voor de Promotie van Gemeenschapsgezondheid opgericht als koepel van de verschillende initiatieven. Dit Comité maakt vandaag deel uit van de Movimiento para la Salud de los Pueblos van Latijns-Amerika (de regionale tak van de wereldwijde People's Health Movement).
“Van bij het begin hebben we samengewerkt met de leiders van de gemeenschappen, zowel vrouwen als mannen”, licht Maria toe. “We gaven opleidingen in basisgezondheidszorg zodat ze zelf hun gezondheid in handen konden nemen in hun gemeenschap. Het gaat dus niet om professionals, maar om lokale mensen uit de gemeenschap.”
In 1979 wierp de Sandinistische revolutie dictator Samoza omver in Nicaragua. Maria: “In die periode werden we actief in de volksgezondheidscampagnes waarin vrouwen en jongeren een voortrekkersrol in hun gemeenschap speelden. In een land met 3 miljoen inwoners werd 10% van de bevolking, 300.000 mensen dus, opgeleid als gezondheidswerker.”
Door het succes van de Sandinisten nam de repressie tegen de bevolking in andere landen zoals Honduras, Guatemala en El Salvador, echter toe. In 1981 vond in Honduras een slachting plaats in een boerengemeenschap waar het Regionaal Comité actief was. Maria: “Veel van de mensen waarmee we daar toen werkten, waren vrouwen. Het bracht ons ertoe om vanaf dan nog meer te focussen op de specifieke problemen waarmee vrouwen in Centraal-Amerika geconfronteerd worden.”
In 1987 vaardigde het Regionaal Comité een delegatie af van 35 boerenvrouwen van over heel Centraal-Amerika naar de International Women's Health Meeting in Costa Rica. Maria: “Het was een periode van oorlog en conflict, maar we slaagden erin om deze vrouwen van de basis te mobiliseren om het werk van het Regionaal Comité voor de promotie van basisgezondheidzorg voor het eerst publiekelijk voor te stellen. Dit was een belangrijke stap, want door de aard van ons werk en de bevolking waarmee we werkten, waren we tot dan toe een semi-clandestiene organisatie. We leverden inspanningen om de traditionele, enge focus op de gezondheid van moeder en kind te verbreden naar genderthema's en de gezondheid van vrouwen in hun hele levenscyclus. Ook de focus op gezinsplanning moest verruimd worden tot een bredere strijd voor seksuele en reproductieve rechten.”
De jaren '90 waren een vruchtbare periode voor het vrouwennetwerk. Het Regionaal Comité was betrokken bij de voorbereiding van conferenties in Kopenhagen, Caïro en Beijing, en er waren contacten met de International Women's Health Meeting, de Women's Global Network for Reproductive Rights en het vrouwennetwerk in Latijns-Amerika en de Caraïben. Maria: “We kregen de steun van lokale en nationale regeringen en donoragentschappen om de agenda van vrouwen te ontwikkelen.”
Na de orkaan Mitch in 1998 begon het Regionaal Comité ook aandacht te besteden aan klimaatverandering en rampenparaatheid, met nadruk op de kwetsbaarheid van de arme gemeenschappen en meer specifiek de kwetsbaarheid van vrouwen. Maria: “In ons regionaal netwerk begonnen we ook thema's aan te kaarten die ongewoon waren voor de vrouwen en boerengemeenschappen waarmee we werkten, zoals de globalisering, het neoliberale beleid en de privatisering van openbare diensten, ook in de gezondheidssector. Door deze ontwikkelingen zagen we ook de noodzaak om ons werk rond seksuele en reproductieve rechten uit te breiden tot een bredere benadering van mensenrechten, zij het vanuit een feministisch perspectief.”
Terwijl de vrouwenorganisaties hun rechten in een breder perspectief gingen plaatsen, is er vanaf de jaren 2000 een omgekeerde tendens bij de internationale instellingen en overheden. Maria: “Vanaf 2000 raakten we verstrikt in de millenniumdoelstellingen die een stap achteruit zijn ten opzichte van de Alma Ata-verklaring van gezondheid voor iedereen in 1978. De millenniumdoelstellingen beklemtonen immers 'ziekte'. Vrouwengezondheid werd herleid tot vrouwenziekte, tot moedersterfte, tot hiv/aids. Waarom spreken we over dood en niet over leven wanneer we praten over de gezondheid van vrouwen?”
De huidige situatie ziet er niet zo goed uit volgens Maria: “We staan voor grote uitdagingen. Overal in de wereld neemt het geweld tegen vrouwen toe. In Centraal-Amerika hebben we een geschiedenis van oorlog en conflict. In Guatemala vond een genocide plaats. Tijdens het conflict vernietigde het leger 400 dorpen. Vandaag stelt een van de generaals, die achter de genocide in de jaren '80 zat, zich kandidaat voor de presidentsverkiezingen. Zover is het gekomen in Centraal-Amerika. Naast de politieke uitdagingen worden we ook geconfronteerd met macro-economische problemen, mensenhandel, drugshandel, enz.”
“We moeten met deze uitdagingen omgaan vanuit een feministisch perspectief, maar ook onze diversiteit integreren om de problemen te benaderen: we hebben verschillende manieren om met deze uitdagingen om te gaan, een divers doelpubliek waarop we ons richten, we kampen met verschillende problemen zoals het klimaatprobleem en etnische kwesties. Het is onze uitdaging om al die aspecten te integreren in onze agenda en onze diversiteit te erkennen om de problemen aan te pakken.”
Geneeskunde voor de Derde Wereld
Haachtsesteenweg 53
1210 Brussel
Tel: 02/209.23.65
Rekeningnummer: BE50 0011 9513 8818
Voor meer info kan je ons contacteren op info@g3w.be
Geneeskunde voor de Derde Wereld onderschrijft de Ethische Code van de Vereniging voor Ethiek in Fondsenwerving. U beschikt over een recht op informatie. Dit houdt in dat schenkers, medewerkers en personeelsleden tenminste jaarlijks op de hoogte gebracht worden van wat met de verworven fondsen gedaan werd.
G3W op Facebook
G3W op Vimeo