De bodemrijkdom maakt dat Congo al meer dan 100 jaar een regio is waar iedereen zoveel mogelijk profijt wil uit halen. Vanaf 1885 organiseert Leopold II een brutaal systeem van dwangarbeid voor de exploitatie van rubberplantages en de export van ivoor. Vanaf 1906 stort Union Minière zich op de mijnbouw. Slechts een klein gedeelte van de winst uit de koloniale uitbuiting wordt geïnvesteerd in de opbouw van het land. Vlak voor de onafhankelijkheid in 1960 komt de Congolese industrie door massale privatiseringen in handen van Belgische kapitaalgroepen.
Als de nationalisten onder leiding van Lumumba in 1960 de eerste Congolese verkiezingen winnen, volgt de reactie onmiddellijk. Ondersteund door 10.000 Belgische para's roept Moïse Tshombe de onafhankelijkheid uit van de rijke mijnprovincie Katanga. Op 17 januari 1961 wordt Lumumba met medeplichtigheid van de VS en België brutaal vermoord.
Onder leiding van Mulele wordt de nationalistische beweging een echte bevrijdingsbeweging, die met hulp van de boerenbevolking in opstand komt tegen het neokoloniale regime van Kinshasa. Tussen 1963 tot 1965 bevrijden ze een gebied zo groot als België. Eind 1965 trekt Mobutu alle macht naar zich toe en organiseert een bloedige repressie. 30 jaar mobutisme drukt een zware stempel op het land. Terwijl een kleine toplaag onmetelijk rijk wordt, zijn er geregeld hongeropstanden.
Na de staatsgreep van Mobutu in 1965 komt Congo in een steeds diepere spiraal van verarming terecht. Het land wordt op drie manieren leeggezogen. Mobutu verzekert vette contracten aan westerse multinationals voor de uitbouw van prestigeprojecten, de zogenaamde witte olifanten. Om die te betalen steekt hij het land diep in de schulden. En om daar de intresten op te betalen, gaat Congo steeds weer nieuwe leningen aan. Ondertussen verslechteren de ruiltermen voor de producten die Congo uitvoert. Zo krijgt Congo in vergelijking in 1996 slechts 1,7% van de prijs die het in 1989 kreeg voor een gelijke hoeveelheid goederen. Een onhoudbare situatie.
In 1996 groeit de opstandige beweging in het oosten van het land. De 'Alliance des Forces Démocratiques pour la Libération du Congo' (AFDL) organiseert het verzet. Het AFDL is een heterogene coalitie waarvan ook Laurent Désiré Kabila, een oudmedestander van Mulele, deel uitmaakt. Zijn opmars naar Kinshasa wordt een ware triomftocht voor het Congolees nationalisme.
In mei 1997 neemt Mobutu de benen en komt Kabila aan de macht. De nieuwe regering ontwikkelt een nationalistische koers op politiek en economisch vlak, en strijkt daarmee de VS tegen de haren in. In de zomer van 1998 bezet het Rwandese leger het oosten van het land, met de bedoeling het regime van Kabila omver te werpen. Rwanda en Oeganda ondersteunen 'Congolese rebellenbewegingen' die in opdracht van hun broodheren het land plunderen. Congo zakt weg in een oorlog die ondertussen meer dan 4 miljoen slachtoffers heeft geëist.
Begin 2001, 40 jaar na de moord op Lumumba, wordt Laurent Désiré Kabila vermoord. De westerse mogendheden hopen op chaos en een implosie van het Congolese nationalisme, maar de nationalisten houden het hoofd koel. Laurent Désiré wordt opgevolgd door zijn zoon Joseph. Hoewel de nationalisten zwaar onder druk komen te staan en uiteindelijk een opgelegde regering 'van nationale eenheid' met de 'rebellen' moeten toestaan, gaat de strijd voor een echt onafhankelijk Congo voort, zowel op het niveau van de regering als aan de basis.
Geneeskunde voor de Derde Wereld
Haachtsesteenweg 53
1210 Brussel
Tel: 02/209.23.65
Rekeningnummer: BE50 0011 9513 8818
Voor meer info kan je ons contacteren op info@g3w.be
Geneeskunde voor de Derde Wereld onderschrijft de Ethische Code van de Vereniging voor Ethiek in Fondsenwerving.
G3W op Facebook
G3W op Vimeo