Historische schets van Cuba

1492. Bij zijn eerste ontdekkingsreis stuit Columbus op de noordkust van Cuba. Het eiland wordt een Spaanse kolonie. De autochtone bevolking (indianen genoemd) worden als lijfeigenen ingeschakeld. Halverwege de zestiende eeuw blijven er van de oorspronkelijke bevolking nog slechts een paar duizend over als gevolg van de onmenselijke werkomstandigheden, door mishandeling en door geïmporteerde ziektes zoals mazelen en pokken. Om dat verlies aan arbeidskrachten te compenseren worden slaven uit Afrika aangevoerd. Op de rug van dat geïmporteerde zwarte leger komt de suikerindustrie tot bloei. Cuba wordt gaandeweg zeer sterk afhankelijk van suiker.

Eind negentiende eeuw. Cuba blijft onder het juk van de Spaanse kroon tot eind negentiende eeuw. In 1868 is er een eerste poging om de onafhankelijkheid te bereiken, maar die mislukt. In 1895 breekt er een nieuwe opstand los onder leiding van de dichter en revolutionair José Martí. Het is een bloedige onafhankelijkheidsoorlog waarbij één tiende van de bevolking het leven laat. De VS mengen zich in de strijd en dwingen de Spanjaarden tot overgave.

Begin twintigste eeuw. In 1902 wordt Cuba onafhankelijk, maar het eiland is in feite niet veel meer dan een semi-kolonie van de VS. Zij verwerven de marinebasis Guantanamo en het permanente recht om militair tussenbeiden te komen, en ze controleren belangrijke delen van de Cubaanse economie. Ook politiek houden ze de touwtjes stevig in handen. Cuba wordt achtereenvolgens bestuurd door onbekwame en corrupte presidenten, militaire gouverneurs en wrede dictators. Het eiland is één groot bordeel en de uitvalsbasis voor de Noord-Amerikaanse maffia.

De jaren 1950. Vanaf de jaren 1950 groeit het verzet tegen de toenmalige dictatuur van Batista, vooral onder studenten. Eén ervan is Fidel Castro. Op 26 juli 1953 bestormt hij samen met zijn metgezellen in Santiago de Cuba de Moncada-kazerne. De aanval mislukt. De overlevenden worden gevangen gezet, maar krijgen in 1955 dankzij aanhoudende volkssteun amnestie. Samen met zijn broer Raúl gaat Fidel Castro naar Mexico. Daar ontmoet hij de Argentijnse arts Ernesto Guevara. Samen vatten ze het plan op voor een guerilla vanuit de Sierra Maestra, de bergachtige streek in het oosten van Cuba. Met een handvol guerrillero's en amper voorzien van wapens vatten ze de gewapende strijd aan op 2 december 1956. Algauw krijgen ze steun van de plaatselijke boeren, en van over heel het land komen zich strijders aansluiten. In 25 maanden wordt het land bevrijd. Op nieuwjaarsdag 1959 trekken de revolutionairen Havana binnen.

De revolutionaire leiding voert een aantal drastische hervormingen door: afschaffing van het grootgrondbezit en herverdeling van het land, nationalisering van enkele grote bedrijven, verhoging van de lonen, verlaging van de kosten van huur, elektriciteit, medicijnen, … De VS zien dat met lede ogen aan en stellen in 1960 een economische blokkade in. Dat drijft het eiland in de armen van de Sovjetunie. De Sovjetunie wordt de belangrijkste handelspartner van Cuba.

Jaren 1960 en verder. We zitten midden in de Koude Oorlog. Het Witte Huis verhoogt de druk. In 1961 worden de luchthavens van Santiago en Havana gebombardeerd. 's Anderendaags landen er 1500 huurlingen in de Varkensbaai, ondersteund door Amerikaanse schepen en vliegtuigen. De invasie mislukt. De revolutie radicaliseert. Fidel Castro omschrijft de revolutie als socialistisch en noemt zichzelf marxist-leninist. Om een nieuwe invasie te vermijden verleent Cuba aan de Sovjetunie de toestemming om kernraketten te plaatsen. De wereld staat aan de rand van een nucleaire oorlog. Het komt uiteindelijk tot een vergelijk tussen de supermachten: de VS beloven het eiland niet meer aan te vallen en halen raketten weg in Turkije aan de grens met de Sovjetunie, en die laatste ontmantelt haar raketten op Cuba.

Met de steun van de SU vaart Cuba een socialistische koers: een bescheiden lokale industrie wordt ontwikkeld. Iedereen krijgt werk, de staat zorgt voor gratis onderwijs en gezondheidszorg. Ondanks de economische blokkade gaat de levensstandaard met sprongen vooruit. In 1972 wordt Cuba lid van de Comecon. De economie wordt nu helemaal afgestemd op de socialistische landen. Cuba blijft zich toeleggen op de productie van suiker.

In 1976 komt de Poder Popular, de volksmacht, tot stand. Dat is een systeem van volksvertegenwoordiging op drie niveaus: gemeentelijk, provinciaal en nationaal.

De Cubaanse economie wordt in toenemende mate afhankelijk van de landen van de Comecon. Het Sovjetmodel wordt in verregaande mate gekopieerd. Net zoals in de socialistische landen stagneert de economie in de jaren 1980. In de Sovjetunie komt Gorbatsjov aan de macht, die een drastische hervorming van de sovjetmaatschappij aankondigt. Hij wil de economie liberaliseren en marktelementen invoeren. De Cubaanse leiding moet van die koerswijziging niets weten. In plaats van in de richting te gaan van het kapitalisme sluit ze opnieuw dichter aan bij de socialistische beginselen. De 'rectificatie' is het Cubaanse antwoord op de perestrojka en de glasnost van Gorbatsjov.

De jaren 1990. De val van de Berlijnse muur en de abrupte ineenstorting van de Sovjetunie sturen alles in de war. In enkele maanden tijd verliest het eiland zijn belangrijkste handelspartners en het hele productiesysteem raakt ontregeld. De VS hopen de genadeslag te kunnen toedienen en verscherpen de blokkade: eerst door de wet-Toricelli in 1992 en later door de wet-Helms-Burton in 1996. Andere landen worden nu ook onder druk gezet om hun handel met en investeringen in Cuba te staken. De Cubaanse revolutie maakt een zeer moeilijke periode door. Fidel Castro kondigt de 'Speciale Periode in Vredestijd' aan. Grondige economische hervormingen worden doorgevoerd: het toerisme wordt in versneld tempo uitgebouwd, buitenlandse investeringen worden aangetrokken, het dollarbezit wordt gelegaliseerd, de landbouw wordt grondig hervormd, …

In 1994 bereikt de economische crisis zijn hoogtepunt. De waarde van de nationale munt is onhoudbaar laag geworden t.o.v. de dollar, de werkomstandigheden van de doorsnee Cubaan zijn er sterk op achteruitgegaan. Dertigduizend Cubanen proberen op vlotten het eiland te verlaten. Nadat president Clinton de grenzen sluit, droogt de stroom 'balseros' dadelijk op.

Vanaf het einde van 1994 herstelt de Cubaanse economie zich geleidelijk. De economische hervormingen beginnen hun vruchten af te werpen. Dankzij een succesvol diplomatiek offensief van Fidel Castro geraakt het land ook meer en meer uit zijn isolement. Op binnenlands vlak lanceert de communistische partij vanaf 1996 een ideologisch offensief om de uitwassen en negatieve gevolgen van de economische hervormingen tegen te gaan.

In 1998 brengt paus Johannes Paulus II een historisch bezoek aan Cuba. Rond die periode boekt Cuba nog andere diplomatieke successen en geraakt het land meer en meer uit zijn isolement. Nadat Hugo Chávez tot president wordt verkozen in Venezuela ontstaat een hechte samenwerking tussen beide landen. De economische heropleving zet zich verder. Om de sociale gevolgen van de Speciale Periode op te vangen wordt een Batalla de Ideas gelanceerd: een tweehondertal programma’s om de sociale omstandigheden te verbeteren en het culturele en politieke bewustzijn te verhogen.

De jaren 2000. Ongeveer gelijktijdig met de invasie in Irak in maart 2003 volgt een nieuwe confrontatie met Washington. Onder impuls van de CIA ontstaat een golf van vliegtuig- en bootkapingen. Om de agressie een halt toe te roepen worden een zeventigtal mensen opgepakt en drie gijzelnemers ter dood veroordeeld. Ondertussen zijn de kaarten in Latijns-Amerika grondig herschud. Er waait een nieuwe linkse wind door het continent. Samen met Venezuela richt Cuba de ALBA, de Bolivariaanse alliantie voor Latijns-Amerika op.

In eigen land lanceert Fidel Castro in 2005 een frontale aanval tegen de corruptie. In de zomer van 2006 wordt hij ernstig ziek en neemt zijn broer Raúl de fakkel over. Hij kondigt vanaf de zomer van 2007 economische hervormingen. In 2008 wordt het eiland zwaar getroffen door drie orkanen. In 2009 wordt Cuba opnieuw toegelaten tot de Organisatie van Amerikaanse Staten.

Geneeskunde voor de Derde Wereld
Haachtsesteenweg 53
1210 Brussel
Tel: 02/209.23.65
Rekeningnummer: BE50 0011 9513 8818

Voor meer info kan je ons contacteren op info@g3w.be

Geneeskunde voor de Derde Wereld onderschrijft de Ethische Code van de Vereniging voor Ethiek in Fondsenwerving.