BLOG

07/11

Elongo in Kinshasa

Kinshasa is wijds en onvoorspelbaar. Orde in de chaos vinden, is de afgelopen maanden geen zorgeloze opdracht geweest. Tussen de ondersteuning van onze Congolese partners EDS (Etoile du Sud) en CODIC (Collectif du Développement Intégral du Congo), de subsidieaanvragen, narratieve, financiële rapporten en dagelijkse beslommeringen door vond ik nauwelijks tijd en ruimte om mijn impressies op papier te zetten. De historisch gevormde paradoxen van Congo en de gelaagdheid van Kinshasa maken het moeilijk om een totaalbeeld van het land, de stad en het netwerk van onze Congolese partners te krijgen. Ik tracht met fragmentarische impressies het ritme van Kin in mijn nieuwe thuisland weer te geven.

Ongetwijfeld roep ik een deel van de koloniale erfenis op en geeft het weer hoezeer het land en zijn inwoners een (historisch verankerd) minderwaardigheidscomplex met zich meedragen.

Om te beginnen stel ik mezelf even voor. Ik ben Lies Busselen, werk als vertegenwoordigster voor G3W in Kinshasa en worstel wel eens met mijn aanwezigheid in Kinshasa. Dat is een ongewone uitspraak voor iemand die een contract tekende om voor onbepaalde tijd in Congo te werken. Nochtans is het geen abnormale uitspraak voor een antropologe die de onafhankelijke en soevereine slagkracht van Congo als een noodzakelijke vereiste voor de toekomst van het land en haar inwoners ziet. De dagelijkse realiteit van Kinshasa wijst me telkens op mijn aanwezigheid. Bijna iedere Congolees zal mij eraan herinneren dat ik een mundele (blanke in Lingala) ben. Ook zal bijna iedereen mij, na een hartelijk begroeten, vragen naar mijn afkomst of nationaliteit. Zodra ik Belg blijk te zijn, krijg ik meestal te horen dat ik als zuster onbetwistbaar noodzakelijk ben. Alsof ik Congolezen er steeds aan herinner dat ze niet in staat zijn om hun eigen toekomst op te bouwen. Ongetwijfeld roep ik een deel van de koloniale erfenis op en geeft het weer hoezeer het land en zijn inwoners een (historisch verankerd) minderwaardigheidscomplex met zich meedragen. Isidore Nziem Ndaywel verwijst hiervoor naar een “culture d’autoflagélation” (2006) en pleit in zijn laatste werk ‘La saison sèche est pluvieuse’ voor een versterking van de Congolese identiteit en meer waardigheid (2017).

In Kinshasa gebruiken jongeren voor dit minderwaardigheidscomplex een typische Kinoise uitdrukking, met name ‘syncop’. ‘Syncopatie’ verwijst etymologisch naar een muzikaal effect veroorzaakt door een syncoop, een gemiste beat of een naast-de-toon beat (De Boeck, 2017). Het woord ‘Syncop’ in de Kinoise slang is een verwijzing naar misplaatste of slecht berekende reacties op de aanwezigheid van blanken. Iemand die zich ‘syncop’ gedraagt is geïntimideerd door een blanke. Iemand die bestempeld wordt als een ‘syncop’ wordt gepercipieerd als een persoon die geïntimideerd is of krampachtig vasthoudt aan contact met blanken. Enerzijds zie ik Kinoise jongeren op verschillende terreinen streven naar onafhankelijke slagkracht en zelfvoorzienigheid, en anderzijds stel ik een krampachtig vastklampen aan de rondwarende ‘mundeles’ in Kin vast. Hoe deze paradox overbruggen is een van de vragen die ik me dagelijks stel. Congo is aan de Congolezen, besef en verdedig ik. Hoe legitimeer ik mijn aanwezigheid dan? Niet met een ‘white men burden’-complex, maar wel met een intrinsieke motivatie voor internationale solidariteit.  Zonder in een eindeloos debat over de zin en (on)zin van ontwikkelingssamenwerking te vervallen hoop ik dat de nood aan ondersteuning niet louter financieel kan, hoeft of moet. We zijn allemaal mensen en leven allemaal samen op deze aardbol, nietwaar? Dus samen – elongo – vragen stellen en zoeken naar antwoorden kan, mits een wederzijds begrijpen én een aanvaarden van culturele barrières én een wederzijdse goesting om deze te overbruggen.

De laatste weken kom ik steeds terug op het belang en het vormgeven van ‘identiteit’. Omdat het overbruggen van culturele verschillen je terugbrengt tot jezelf tegenover de Andere.  De onderlinge relaties confronteert iedereen met de culturele en talige gelaagdheid van eenieders identiteit. Rationeel bekeken is een goed begrip van die gelaagdheid, een kennis van de culturele lagen nodig om te weten waar je als individu naartoe wil, wie je tenslotte bent. Maar wat als je identiteit flou is? Je jezelf nauwelijks de vraag durft te stellen: wie ben ik of wie zijn wij?  “Qui sommes nous?” durven beantwoorden is een onderschatte oefening in het vinden van antwoorden voor een toekomst van Congo. Samen een antwoord vinden op deze vraag mits een wederkerig begrip helpt me dagelijks terug te komen tot de kern: elongo staan we sterker. 

961 keer gelezen