BLOG

23/11

Empowerment ontwaren in de Kinoiserieën

Het is een veelbesproken thema. Als het over Kinshasa gaat spreekt men onvermijdelijk over de manier waarop de Kinois hun stad kleur geven. De eerste mensen die opvallen in het Kinoise landschap zijn de duizenden mamans maraichaires die hun eieren, brood, groenten op straat en typische Congolese schotels in informele bistros aan de man brengen, de jongeren die zich dagelijks over vier à vijf gemeenten verplaatsen om krediet en sigaretten verkocht te krijgen en de vele chauffeurs die in uitdagende weersomstandigheden het Kinoise verkeer trotseren.

Empowerment is een “mode de vie” voor talloze individuen, maar krijgt vooral betekenis en vorm in de kracht van het collectief. 

cc. Lies Busselen – Technologische vooruitgang in Kinshasa @ Festival Découverte A (26/08/2017).

Het ritme van de stad heeft verschillende snelheden en schakelt letterlijk en figuurlijk van een eerste naar een derde versnelling. Om dit ritme bij te houden heeft iedereen die in de stad werkt, leeft en circuleert energie, tijd en geld – mbongo in lingala – nodig. Toevallig is dat net hetgeen ontbreekt voor het merendeel van de Kinois. Gepaard met een berusting in het onvermijdelijke noodlot wekt dit enerzijds machteloosheid en anderzijds het-ieder-voor-zich-principe in de hand. Logisch in een landschap waar de kracht van het collectief verdrinkt in een overlevingsmodus van de sterksten.

De voelbare historische erfenis brengt je van de ene paradox in de andere. Het populaire en hedendaagse (Kinoise) neologisme ‘mabé-zéro’ illustreert het paradoxaal karakter van de Congolese realiteit(en). ‘Mabé’ betekent pijn. De samentrekking ‘mabé-zéro’ geeft uitdrukking aan het leven boven nul. Je hebt misschien pijn, maar je bent nog in leven. Het is een binaire uitdrukking die twee sociale weerkerende en tegengestelde sociale realiteiten samenvat: het leven en de dood. ‘Mabé-zéro’ krijgt een nieuwe betekenis naargelang de context. Het kan een smeekbede om geld zijn, waar iemand je zijn of haar handpalm toont en om geld vraagt, en evengoed een uitdrukking van hoop. Het soepele karakter van het Kinoise Lingala – la langue est souple – brengt je steeds tot nieuwe betekenislagen van bepaalde uitdrukkingen en woorden. Taal is een uitdrukking van de sociale realiteit en wordt een onuitputtelijk ideologisch instrument om het materieel ritme van de stad bij te houden. ‘Mabé-zéro’ is een binaire uitdrukking die in het materiële ritme van de stad evenwel een collectief ongemak ontmaskert als een individueel onwelzijn uitdrukt. En om het ritme van de stad bij te houden helt de uitdrukking, naar mijn gevoelen, over naar een uitdrukking van individueel ongemak, en niet naar een uitdrukking van een gedeeld ongenoegen. 

Ik sprak met mijn partners over een mogelijks groeiend individualisme zowel in het politieke landschap, als in het economische en culturele landschap, als in de zichtbare armoede van de stad. Volgens hen heeft het individualisme, ofschoon het ieder-voor-zich-principe, de kinoiserieën doorheen de tijd vormgegeven. De zaïrisering gepaard gaande met een economische deprivatie in de jaren negentig, de politieke instabiliteit, die tot op heden voortduurt, laat tot in het stadscentrum van het land wonden achter tussen mensen en gemeenschappen. Volgens onze partners verzwakte de plunderingen in de jaren negentig onder het Mobuturegime de solidariteit in de volkswijken van Kin. Waar je afkomst aanvankelijk relatief bleek in de sociale cohesie van een volkswijk speelt dit steeds meer een rol in de deelcultuur op wijkniveau. “Vroeger brachten we onze laatste fufu naar onze buurvrouw als we opmerkten dat ze niet had gekookt”, zei een van onze partners. Zonder mee te waren met nostalgische uitspraken stel ik in mijn gesprekken vast dat het-ieder-voor-zich-principe (h)erkend wordt en een onvermijdelijk gevolg is van het energie- en tijdrovende ritme van deze gelaagde stad.  

Daartegenover zie je talloze initiatieven, die blijven inspireren en dagelijks een streven naar empowerment suggereren. Kinoise vrienden van mij startten een aantal jaren geleden een kunstenaarscollectief. Een collectief dat vele disciplines samenbrengt en waar alle leden elkaar onderling versterken. “Doen”, “werken”, “inzetten” zijn hun lijfspreuken. Ze kozen voor het werkwoord ‘Doen’ – Tosala in Lingala – als naam voor het collectief. Als vanzelfsprekend ondersteunen ze elkaar in het verdedigen van hun rechten en het afdwingen van betere voorwaarden voor hun geleverd werk. ‘Tosala’ gebruikt de kracht van het collectief door samen te werken. Opvallend is dat het onvoorspelbaar ritme hun creativiteit en flexibiliteit in de hand werkt. ‘Tosala’ is immers een handvol we-doen-het-zelvers en plantrekkers met het “débrouillez-vous”-principe in het achterhoofd. Empowerment is een “mode de vie” voor talloze individuen, maar krijgt vooral betekenis en vorm in de kracht van het collectief. Creativiteit en zelfredzaamheid worden met het kunstenaarscollectief Tosala naar ongeziene niveaus getild. Een tekenend bewijs van het feit dat de Kinois ondanks en met haar Kinoiserieën vooruit wil. 

715 keer gelezen