BLOG

01/12

Pole Pole Ndio Mwendo. Haraka haraka haina baraka. (Slow, slow, the way to go. Hury hury has no blessings.)

Rode stippen, groene stippen, verstrengeld in een georganiseerde structuur van parallel, zij aan zij liggende lanen, omringd door een diep rood gekleurde aarde.

De aarde naderend, beeld verscherpend, met golfplaten bedekte bakstenen huisjes. Gecamine, Générale des carrières et des mines
entreprise minière, in het vizier. Katanga.

Lucht! Zuurstof. En Peppo, wind. Verademing!

Lubumbashi, voorheen op m'n netvlies verankerd als een jewelste van bevolking-stad. Nu ben je slechts een pindanoot in vergelijking met Kinshasa. 

Alsof het gisteren was. Kille winteravond. Onverwachte duisternis. En stilte, akelige stilte. 

Beetje per beetje dooft het schommelen uit. Vanuit mijn schommelpaard kijk ik toe hoe mijn vader diep in de schuif op de tast op zoek gaat naar een kaars. Terwijl mijn moeder mij met haar zachte hand geruststelt en de rolluik naar boven hijst om na te gaan of heel de straat slachtoffer is. Een elektriciteitspanne. Een uniek moment. Verbazingwekkend dat dit nog gebeuren kan.

Wanneer de ampule donkergeel kleurt in de wijk Naviundu, waar ik sinds eind oktober leef, word ik overspoeld door een gevoel van hoop. Ongeveer twee à drie maal per week, meestal 's nachts.

Handen in het haar. Mijn meter in alle staten wanneer het water in de veranda langs de muren binnen sijpelt. Meubels, heel snel in de hoogte plaatsen. Deuren dicht, gordijnen dicht, nog een laatste half uurtje voor tv en dan snel mijn warme, droge nest in. Zonder enige gewaarwording van de sterke regenval buiten.

In de wijk word ik in slaap gewiegd door het gekletter op de golfplaten boven m'n hoofd en het getik van de druppels in de emmers om me heen.

Nieuwjaarsdag, de ketel bevroren. Thuis ijskoud. Centrale verwarming, een systeem dat me als kind onbekend was. Ik leerde me verwarmen met een extra trui en een extra deken. Mazout was onze voeding. Later stookten we met hout. Wachtend op het geluid en de geur van vrijkomend gas, een 'stekske' voor de ontsteking. En koken maar. Als kind ver van het vuur gehouden.

In de wijk leren de kinderen mij het vuur aan te wakkeren met houtskool. Ik verbrand meteen mijn vingers. De kommen van het vuur halen is een leerschool, een aanpassing. Koken is een proces van uren. Een frigo heb ik niet. Voeding bederft snel door de constante van hoge temperaturen. Verse kippen en geiten bij de hand. Mango en Advocado in overvloed. Net als de schaduw en de wind die hun bomen bieden.

Muizen die me wekken. Pak me dan als je kan. Gaten in m'n kleren, muizentandjes in de koekjes, vroeg in de ochtend gezelschap bij het tanden poetsen in de tuin. Padden en libellen die hun habitat opeisen, dankzij het regenseizoen.

Ik keek achter me en zag m'n vader in de verte. En plots viel ik weer om. Ik had het alleen gekunt! Een jaar of zes moet ik geweest zijn. Tennisbal, houten stok, ducktape en een fiets. Een roze. Zo eentje met geribbelde handvaten.  En met kleurrijke parels om de spaken heen. Volgens mijn vader vinden alle kinderen het leuk om te kunnen fietsen en halen we er voldoening uit om iets nieuws aan te leren. 

Fietsen verruimde mijn leefwereld en betekende voor mij de ultieme weg naar vrijheid. UREN fietste ik de oprit op en af, achter de poort, achter de schermen. En dan brak eindelijk dat moment aan. Ik mocht de wijde wereld in. Alleen met de fiets op straat. Mijn vlucht, uitwaaien, alleen en één met de natuur. Ik kon er vrienden mee gaan bezoeken. Met z'n allen fietsten we naar school.

Bij valavond in de zomer fietste ik samen met mijn vader, niets zeggend, naar de molen. Of leuker nog, we joegen luchtballonnen na en zochten dan uit waar ze landden. Eens thuis gekomen, was het al donker. Maar dat deerde niet. Er was voldoende straatverlichting en veilige asfaltwegen. 

En nog later fietste ik naar het station, kon ik verder weg gaan. En nog later ging ik richting zee. Vier maanden geleden besloot ik naar Spanje te fietsen, alleen. Tent, slaapzak en basisbenodigdheden. Ultieme vrijheid. Omdat het kan.

In Congo ontmoet ik Jacques. Een bekend en moedig figuur. Altijd goedlachs. Ik kom hem praktisch elke dag tegen. Met z'n fiets. Meestal fietst hij niet. Hij stapt naast z'n fiets. Eigenlijk fietst hij niet graag. Het is gevaarlijk. De onverharde wegen zijn gekleurd door putten. Dit moment van het jaar nog straffer, erosie door het regenseizoen. En plassen, veel grote plassen. Op de geasfalteerde wegen loopt hij iedere dag gevaar. Chauffeurs rijden hem soms bijna van de baan. Jacques heeft geen nood aan sport. Hij werkt te veel. Wat zijn werk is? Hij is water-transporteur. Mensen betalen hem om water uit een put te hijsen en dan terug thuis af te leveren. Hij pendelt voortdurend tussen de waterput en zijn klanten. Samen met z'n fiets en acht bidons met elk een capaciteit van 20 liter. 

Heel het jaar door, rond 18u, keert de zon haar rug naar Congo toe. Dan blijf je beter veilig thuis. 's nachts inbraken in de wijk. Een paar schoten. Een dader geraakt en gepakt, een dader op de vlucht.

Overdag, een kind, een chauffeur, een reseveur, een passant. Een hoop afval, regen, modder. Het kind wordt gestuurd door een Maman die Mango's verkoopt en ter plaatse versnijdt. Het kind gooit het afval weg op de afvalberg. Gooit per ongeluk het mes erbij. Duikt erachter, verdwijnt. De chauffeur ziet het tafereel gebeuren, duikt erachter, verdwijnt. De reseveur... 

Geen van hen duikt ooit nog op. De lichamen worden nu begraven.

Een bus vat vuur, banden worden verbrand, ..

De president zou aanwezig zijn in Lubumbashi.

'Beste landgenoten, de volgende dagen zal de politieke toestand mogelijk gespannen zijn, ten gevolge van oproepen tot acties op 15 november 2017. Mogelijk zullen er incidenten zijn in Lubumbashi en elders in het land. We raden u aan samenscholingen te vermijden, de actualiteit van nabij op te volgen en indien mogelijk uw verplaatsingen in volkswijken te beperken.'

 

432 keer gelezen