BLOG

15/01

TVB, Tout va bien, grace à Dieu.

Blauw is de kleur van de bassin die ondersteboven rust op het hoofd van de vrouw, gehurkt tussen mijn overbuur en mezelf. Blauw is de kleur van mijn ribben en heupen, schurend en schokkend bij elke put in de weg, tegen het ijzeren frame van de bank die plaats voorziet voor vijf. 

Maniema, Villé, Kenia, Katuba, Bel-Air Camp. De richtingen weergalmen doorheen de stem van de reseveurs in de avenues van Lubumbashi. De reseveurs zijnde de ontvangers. Diegenen die een stapel briefjes in hun handen klemmen, die aan de buitenkant van de bus hangen en die boven het dak heen schreeuwen om klanten te lokken.  

Makelele (lawaai), discussie in de bus. Weye (jij), muzungu (blanke), serrez bassin munene (schuif op met je brede heupen). Het transportgeld is opgeslagen. Op straat liggen ijzeren barrières, de politie voert controles uit. Wie niet in orde is, betaalt. Veel transport is er niet te bespeuren. De bevolking strekt de benen. Zeven km heen, zeven km terug. Mensen praten. De politie stopt het geld in zijn zakken. Een collectieve schreeuw en paniek breekt uit wanneer de bus moet uitwijken voor een furieuze tegenligger. Hij pleegt vluchtmisdrijf om aan de controles te ontkomen. 

 

Wanneer er niet meer middelen zijn om in het groot aan te kopen en producenten besluiten om kleinere porties op de markt te brengen, lijkt het gebruik van verkleinwoorden tot zijn recht te komen.

 

Ver meegezogen in het verhaal van de schaduw van de palmtakken, afgebeeld op de bassin, voert één van de vele Toyota Taxibusjes mij samen met de grote bassin, maniokbladeren, drie kakelende kippen in een jutten zak en 21 andere personen naar de stad.

In het centrum vind je kerstballen, slingers en valse kerstbomen. Te koop bij Libanezen. Een slinger kost 1000cfr, voor dezelfde prijs eet je 3 bananen of 10 wafeltjes of 2 appels of 5 wortelen of 10 broodjes. 

Wanneer er niet meer middelen zijn om in het groot aan te kopen en producenten besluiten om kleinere porties op de markt te brengen, lijkt het gebruik van verkleinwoorden tot zijn recht te komen. Een zakje pindanoten, een zakje kruiden, een zakje olie, een zakje waspoeder.

Maar vooral, een zakje melkpoeder produced by Nestlé en kleine flesjes water DASANI, un produit de Coca-Cola Company. 

Op de grote avenues kruis ik grote vrachtwagens, de ene na de andere, komende uit de richting van Zambia en Kasumbalesa. Vrachtwagens volgeladen met goedkopere voedingswaren. 

Overvolle laadbakken met stapels houtskool zoeven voorbij. 

In de wijk Bongonga leven 21 personen samen in één enkele woning, bestaande uit drie ruimtes. Een gezin bestaat uit een ouderpaar, eigen kinderen, neven en nichten. Aangrenzend, de buren, twee gelijkaardige gezinssamenstellingen. Allen leven ze in éénzelfde perceel. Cholera lijkt de bovenhand te nemen. Er is een gebrek aan latrines. Er wordt geen afvoer voorzien voor uitwerpselen. Het regenwaterpeil stijgt en stagneert. Geen inkomen, geen kolen. Bij gevolg kan het water niet afgekookt worden voor veilige consumptie. Bewoners getuigen geen evenwichtige voeding te kunnen benutten. Moeders kunnen de medische kosten voor de genezing van hun kinderen niet betalen. Naar school gaan is evenmin een optie. De gevraagde maandelijkse bijdrage ligt te hoog. 

Een pastoor in Musumba die zichzelf bekroond heeft tot profeet, tracht me te overtuigen dat God me graag ziet. Om dat te bewijzen zal ik in 2018 een grote som geld ontvangen waarmee ik een weeshuis kan oprichten. Ook al ligt dat nimmer in mijn interesseveld.
 
Wanneer ik thuis kom in de wijk Naviundu, gaat het gekrijs van een Maman door merg en been. Haar kind heeft de strijd verloren. Ze beschuldigt de pastoor. Hij is niet op tijd gekomen om voor hem te bidden. Nochtans heeft ze al redelijk wat geofferd en geld naar voor geschoven voor God, voor de kerk, om de genezing van haar zoon. 

Langs de weg, een kapper ‘Dieu merci’, een naaister ‘Prosperité’, een garagist ‘Dieu tout puissant’.

Op het terras van een restaurant betasten twee vrouwen elkaar in het openbaar. Ze zijn dronken. Eén van hen hoogzwanger. 

In de bus kan ik de Gecamine van ver waarnemen. Langs de kant van de weg verspreidt zich een gigantische lading tomaten. Een vrachtwagen met een lege laadbak ligt gekanteld op zijn zij. Iets verderop staan een 30 tal fietsen buiten uitgestald voor verkoop. Een schrijnwerker stalt zijn bedden uit. Stapelbedden, dubbele bedden. Iets verder een verkoper van zetels, van eigen kweek. In de schaduw onder de boom herstelt de mekanieker een defecte moto.  

In la Kenia, waar het voetbalstadion Frédéric-Kibasa-Maliba gevestigd is, kan je van ver, hoog op de berg, de residentie van de president waarnemen. ’s Avonds, wanneer het donker wordt, transformeren de omwallingen van het voetbalstadion zich in nestjes, liefdesnestjes. Of in gevaarzones voor ongewenste seksuele praktijken. 

Esther was 17 jaar toen de dokter haar vertelde dat ze zwanger was. Ze had geen idee hoe dat mogelijk was. Zwanger worden, hoe doe je dat? Er was geen weg terug. Esther besloot haar zoon groot te brengen samen met haar ouders. Ondertussen heeft ze een restaurant geopend bij haar thuis. Het menu voorziet Bukari, Sombé en Thompson. Met de opbrengst betaalt Esther haar zoon ’studies. Haar ervaring dreef haar ertoe om jonge meisjes bewust te maken rond het thema seksualiteit.  

In het centrum van de stad zijn er twee grote brandhaarden waar te nemen. De ‘marché pirat’ wordt onder handen genomen. Verkopers van groenten en fruiten worden weggejaagd. Ze verkopen zonder vergunning en daarenboven laten ze hun afval achter. De politie verdrijft hen. Verkopers vluchten met manden vol mango’s en gaan op in de straten van de stad. Vrouwen en kinderen struikelen en vallen. Politie wordt bekogeld met stenen. Mango’s gaan verloren. Beignets rollen uit hun plastiek bakken op grond en belanden er vervolgens weer in voor verkoop, iets verderop. Wie niet horen wil… De politie besluit het vuur aan te wakkeren en alles te lichter laaien.  

Het hotel in de stad is geen aanrader voor een comfortabele nacht. Regelmatig vinden er abortussen plaats. 

Jolie site ligt iets verder verwijderd van de stad en wordt ‘Nouveau Quartier’ genoemd. De wijk is in opbouw. Het is er heel rustig. De minister van sport heeft er zijn huis gebouwd. Waarneembaar van ver. Mooi, groot, blinkend. Niemand van de wijkbewoners die me kan bevestigen wat de minister precies realiseert op gebied van sport in het land.  

Ik mag op bezoek bij een gezin in de wijk Gambale. De zoon van 9 jaar heeft vandaag gekookt. Bukari met Sombé en vis.  

Tijdens de late namiddag wordt mijn aandacht getrokken door een kudde rennende en gillende kinderen in de wijk. Er werd net ingebroken bij de buren, het huis van één van hun vriendjes. De kinderen van de wijk trachten de dief te overmeesteren. Allen samen rennen ze drie avenues verder om de goederen terug te winnen. Onderweg sluiten een tal van kinderen aan. Iets later, schouders naar beneden, triestige gezichten, hun vriend troostend. De dief is ontsnapt mais l’Union fait la force.     

549 keer gelezen